Seksualiteit en intimiteit

Hulpverlening bij intimiteits- en seksualiteitsproblemen

Seksualiteit definiëren wij als de verzameling van seksueel getinte gevoelens en handelingen die een mens kan ervaren of uitvoeren. Intimiteit definiëren wij als de wens en activiteit om zowel fysiek als psychisch dicht bij elkaar te zijn. Seksualiteit is dus meer gericht op het lichamelijke en intimiteit meer op de gevoelsmatige kant van samenzijn.

Meer lezen

Autonomie, competentie en verbinding: de basis van psychisch welbevinden

Psychische basisbehoeften

Voor welbevinden is de vervulling van drie psychische basisbehoeften van belang: ieder mens heeft de behoefte aan autonomie, competentie en verbinding, al verschillen mensen in de mate waarin deze vervuld moeten worden voordat zij zich tevreden voelen over hun leven. Als hulpverlener is het belangrijk oog te hebben voor deze behoeftes bij de cliënt zodat je er beter bij kunt aansluiten.

Uit: Psychosociale gespreksvoering: De kunst van observatief luisteren

De taboes voorbij

Hulpverlening bij intimiteits- en seksualiteitsproblemen

Sommige onderwerpen liggen nu eenmaal gevoeliger dan andere. Taboes zijn onderwerpen die onbespreekbaar zijn, doorgaans doordat mensen zich oncomfortabel of angstig voelen om erover te spreken. Sommige taboes komen uit de eigen cultuur van de hulpverlener of die van de cliënten, andere weer uit hun opvoeding en uit levenservaringen. Dat er een taboe ligt op het bespreken van seksualiteit en intimiteit, heeft een grondslag in de maatschappij.

Meer lezen

Accepteer je eigen gedachtes en oordelen

In het communicatieproces, het zenden, ontvangen en interpreteren van boodschappen, treedt veel ruis op. Die kan zowel letterlijk zijn (omgevingslawaai, fysieke beperkingen), als zich in het hoofd afspelen. De allerbelangrijkste bemoeilijkende factor in communicatie waar je rekening mee moet houden is dat iedereen, zonder uitzondering, een gesprek voert vanuit het eigen referentiekader. Ieder mens heeft eigen kaders, met ideeën, oordelen en vooroordelen. Ook jij. Probeer ze niet uit te schakelen, maar neem ze mee. Laat ze bestaan tijdens je gesprekken, maar leg ze niet aan een ander op.

Uit: Psychosociale gespreksvoering: De kunst van observatief luisteren