Verbinding, seks en het knuffelhormoon

Een van de basis psychische behoeften van de mens is de behoefte aan verbinding – en daar speelt oxytocine (het knuffelhormoon) een belangrijke rol in. Wanneer mensen elkaar benaderen door middel van oogcontact of aanraking, komt oxytocine vrij. Het wordt tijdens sociale interactie en seksuele activiteit vrij gemaakt uit de hypothalamus en wordt vervolgens opgevangen in het emotionele centrum van de hersenen, het limbisch systeem.

Meer lezen

Het brein en genot

Hulpverlening bij intimiteits- en seksualiteitsproblemen

Bij de fysieke kant van seks denken de meeste mensen als eerste aan de geslachtsorganen en de functies ervan. Als je opgewonden bent of een orgasme hebt, dan voel je dat vooral tussen je benen. De geslachtsdelen zijn immers het centrum van je seksuele gevoelens. Of ligt het wat gecompliceerder? Uit onderzoek (Georgiadis, 2015) blijkt dat het echte middelpunt van seksueel genot veel hoger ligt: in het brein. Er zijn mensen die door training een orgasme kunnen opwekken door alleen te denken aan seks (Komisaruk et al., 2004), zelfs met een verlamming vanwege een dwarslaesie. Omdat seksualiteit en genot een belangrijk onderdeel uitmaakt van de mens, proberen onderzoekers steeds meer te weten te komen over de hersenactiviteit tijdens seksuele opwinding.

Meer lezen

Luisteren doe je met je hersenen

Luisteren is iets anders dan horen. Horen doe je met je oren, luisteren doe je met je hersenen. Je geeft betekenis aan dat wat je hoort, ziet, (aan)voelt, proeft en ruikt. Luisteren kun je met een gesloten of met een open geest doen. De meeste mensen stellen een vraag met een bepaald doel en formuleren hun vraag vanuit hun eigen referentiekader, luisteren naar het antwoord vanuit hun eigen referentiekader. Zij luisteren naar het antwoord alsof het gebaseerd is op de vraag zoals zij die hebben bedoeld, terwijl de ander antwoordt op basis van hoe zij of hij de vraag begrijpt, vanuit het eigen referentiekader.

Meer lezen

Je cliënten hoeven je niet altijd aardig te vinden

Confronteren

Het tegenovergestelde van assertiviteit is bescheidenheid. Je zult je dus niet te bescheiden moeten opstellen. Stel je hebt een breedsprakige cliënt die een monoloog van tig minuten houdt. Er komt een moment dat je deze cliënt in de rede zal moeten vallen. Als iets je tegenhoudt, wat is dat dan? Vaak ligt een angst om onaardig gevonden te worden (en daardoor afgewezen te worden) hieraan ten grondslag. Help je je cliënten door altijd lief en aardig te doen? Het helpt soms een vervelende boodschap eerst aan te kondigen: ‘Ik ga iets vertellen dat jullie vast niet leuk zullen vinden, maar ik zou mijn werk niet doen als ik het verzwijg.

Uit: Psychosociale gespreksvoering: De kunst van observatief luisteren