De meerkeuzevraag kenmerkt zich door het woord ‘of’

Ben je in zo’n situatie dan bang, of denk je dat het ligt aan je partner, of …’ In plaats van vragen naar wat je wil weten (bijvoorbeeld: ‘Wat denk je dan in zo’n situatie?’), ga je al invullen wat de mogelijke antwoorden zijn, waardoor de vraag zowel gesloten als suggestief wordt.

Vaak komt dit doordat er halverwege de vraag gedacht wordt: ‘Oh, wacht eens, wat ik nu vraag is niet duidelijk’ en wordt er aangevuld. Zo’n aanvulling begint steevast met het woordje ‘of’. Het effect is dat je gesprekspartner opgelegd krijgt welke antwoorden aanvaardbaar zijn. Wat dan te doen met dat gevoel van ontevredenheid over een vraag? Loslaten. Zodra jij jezelf het woordje ‘of’ in de mond hoort nemen, meteen op je tong bijten! Als je vraag echt onduidelijk is, dan zal je gesprekspartner heus wel zeggen: ‘Ik snap je vraag niet.’ Meestal valt het wel mee en was die vraag best begrijpelijk. Blijkt uit het antwoord dat jouw vraag toch niet helemaal de juiste was of verkeerd begrepen is, herformuleer hem: ‘Mijn vraag was onduidelijk, ik wilde eigenlijk iets anders weten: …

Uit: Psychosociale gespreksvoering: De kunst van observatief luisteren