Je kunt je eigen referentiekader niet uitzetten

Alles wat een cliënt je vertelt, ervaar en begrijp je vanuit je eigen kaders, niet haar of zijn kaders. Dat is niet goed of fout, het is wat het is. Een mens kan dingen alleen maar vanuit haar of zijn eigen kaders bezien.

Je herkent vast wel dat wanneer iemand je een verhaal vertelt, je de neiging hebt direct te denken aan of beginnen over een eigen ervaring die daarop lijkt: ‘Oh ja, dat heb ik ook meegemaakt, want …’ Dat komt uit de neiging betekenis te willen geven aan wat je hoort door het te verbinden of te vergelijken met jouw ervaringen. Het beste wat je kunt doen is bewust zijn dat je vanuit jouw referentiekader luistert en dat accepteren. Dan kun je er ook rekening mee houden dat anderen hun eigen ervaring hebben, die per definitie niet overeenkomt met de jouwe. Je hebt in feite alleen maar een idee over hoe zij iets ervaren, omdat jij het met je eigen ervaring vergelijkt. Door dit te accepteren, kun je minder stellig zijn en meer ruimte geven voor verschillende belevingen.

Uit: Psychosociale gespreksvoering: De kunst van observatief luisteren