Liefde en passie

Een algemeen uitgangspunt is dat er twee soorten liefde zijn: verliefd zijn en houden van. Er is ook hersenonderzoek dat aantoont dat deze twee vormen verschillende delen van de hersenen activeren (Aron et al., 2005), overigens ongeacht of het om heteroseksuelen of homoseksuelen gaat (Zeki & Romaya, 2010). Om dit allemaal te kunnen onderzoeken moeten er instrumenten voorhanden zijn die het begrip liefde meten. Een veelgebruikte maat is de zogenoemde triadic love scale, die uitgaat van drie factoren: intimiteit, passie en commitment, waarbij onderzoek aantoont dat deze zelfde drie factoren ook opgaan voor LGBT- (lesbienne, gay, biseksueel en transgender) mensen (Bauermeister et al., 2011).

Verliefd zijn (of passievolle liefde) zou dan kenmerkend zijn voor de beginstadia van een relatie en langzaam plaatsmaken voor liefde in termen van houden van. Dat verliefdheid afneemt, wordt inderdaad door onderzoek ondersteund (O’Leary et al., 2012). Maar het idee dat verliefdheid plaats zou maken voor liefde, schijnt niet helemaal op te gaan. Sommige partners zijn zelfs na vele jaren samen nog steeds op elkaar verliefd en hersenscans tonen aan dat het dan nog steeds gaat om dezelfde soort verliefdheid als in het stadium van de prille liefde (Acevedo, Aron, Fisher, & Brown, 2012). Wat wel schijnt te veranderen, is dat aan het begin van een relatie partners obsessiever en angstiger omgaan met hun prille liefde en dat dit veelal in de loop van de tijd vermindert (Graham, 2011). Ook kunnen beide soorten liefde al aan het begin van een relatie aanwezig zijn, en ook het houden van kan na verloop van tijd verminderen (O’Brien et al., 2008).

Uit: Hulpverlening bij intimiteits- en seksualiteitsproblemen