Luisteren doe je met je hersenen

Luisteren is iets anders dan horen. Horen doe je met je oren, luisteren doe je met je hersenen. Je geeft betekenis aan dat wat je hoort, ziet, (aan)voelt, proeft en ruikt. Luisteren kun je met een gesloten of met een open geest doen. De meeste mensen stellen een vraag met een bepaald doel en formuleren hun vraag vanuit hun eigen referentiekader, luisteren naar het antwoord vanuit hun eigen referentiekader. Zij luisteren naar het antwoord alsof het gebaseerd is op de vraag zoals zij die hebben bedoeld, terwijl de ander antwoordt op basis van hoe zij of hij de vraag begrijpt, vanuit het eigen referentiekader.

Met andere woorden, bij het ‘gewoon’ of passief luisteren hoor je vooral wat je wilt horen, je verwacht dat de persoon aan wie je je vragen stelt de vragen precies begrijpt zoals jij ze bedoelt (gesloten geest). Bij begrijpend of actief luisteren kijk je breder: je denkt vanuit het perspectief van de ander en probeert het antwoord op je vragen te snappen vanuit welke ‘omgeving’, welk sociaal veld de cliënt haar of zijn antwoord geeft. Je luistert naar de ingesleten patronen, waarden en normen (open geest). Bij observatief luisteren ga je nog een stapje verder; je luistert niet alleen actief, maar ook naar de onderliggende boodschap, naar de emoties, naar het onbewuste van waaruit mensen hun beslissingen nemen, waar zijn hun gedrag op baseren (open hart). Bij gewoon luisteren begrijp je de boodschap, bij begrijpend luisteren begrijp je de betekenis van de boodschap, en bij observatief luisteren begrijp je de mens.

Uit: Psychosociale gespreksvoering: De kunst van observatief luisteren