Observatief luisteren werkt pas als het past bij wie je bent

Dat je qua zintuigen vooral je gezichtsvermogen en gehoor gebruikt om observatief te luisteren, moge duidelijk zijn. Maar vaak voel je ook van alles, letterlijk in je lichaam.

Soms ruik je de emotie. Soms krijg je een droge mond. Al deze signalen die je via je zintuigen opmerkt, gebruik je om erachter te komen welke emoties er bij de ander spelen. Met andere woorden, je observeert de reacties van je cliënt tijdens een gesprek, je luistert als het ware naar de emotie. Je laat je eigen doelen en interpretaties zoveel mogelijk los en je tracht erachter te komen wat je vraag voor de ander betekent. Op deze manier snap je werkelijk wat er in de ander omgaat en kun je op een haast natuurlijke manier – zonder naar trucjes te hoeven grijpen – in je gesprekken de diepgang aanbrengen die je nodig hebt om werkelijk te kunnen begrijpen. Sterker nog, om werkelijk observatief te kunnen luisteren, zul je sowieso je trucjes links moeten laten liggen. Een trucje pas je namelijk toe voor het effect. Observatief luisteren is een echte en oprechte gesprekstechniek, het werkt pas wanneer het past bij wie je bent.

Uit: Psychosociale gespreksvoering: De kunst van observatief luisteren