Schaamte en het praten over seksualiteit

Cliënten ervaren bijna per definitie schaamtegevoelens tijdens het hulpverleningsgesprek, ongeacht of zij gestigmatiseerd worden of niet. Waarom hebben zij hulp nodig? Omdat het hun ontbreekt aan de juiste mogelijkheden. De meeste mensen zullen zich daarom schamen door hun ervaren gebrek aan vaardigheden om hun eigen boontjes te doppen, waar zij zich overigens meestal niet eens van bewust zijn. De sensitieve seksualiteitscounsellor heeft oog voor deze schaamtegevoelens en hoe de cliënten ermee omgaan. Zo is er oog voor welke afweerstrategie zij kiezen (bijvoorbeeld cliënten die hun eigen problemen bagatelliseren) en de mate van acceptatie (je kunt iets niet aanpakken als het er niet is).

Schaamte (in tegenstelling tot schuld) wordt ervaren omdat onvolmaakt gedrag is uitgevoerd door een als gebrekkig ervaren persoon. Omdat de focus op de persoon ligt, is de eerste neiging: zelfbescherming. Want niemand vindt het fijn om een gebrekkig persoon te zijn. Om het zelfbeeld te beschermen worden dan strategieën ingezet die de aandacht van deze (nu als gebrekkig ervaren) persoon moeten afleiden. Als het gaat om seksualiteitsproblemen speelt er vaak schaamte, vooral wanneer het mensen niet lukt om op seksueel gebied succesvol te zijn. (Even los van de vraag of het idee over wat succesvol is, wel reëel is.) Wanneer het niet lukt, dan ziet zo iemand zichzelf als gebrekkig en incompetent. En terwijl de focus op de persoon ligt, wordt er niet gekeken naar wat te doen om de situatie te veranderen, waardoor er niets gebeurt en de persoon zich alleen maar nog incompetenter voelt. Het probleem doet zich nog schrijnender voor wanneer de persoon ermee geconfronteerd wordt in de aanwezigheid van een ander. En juist dan is de eerste strategie om de aandacht van jezelf af te leiden. Jan heeft precies zo’n probleem: wanneer het hem niet lukt om Maaike te bevredigen (lees: een orgasme te bezorgen), dan ligt dat volgens hem duidelijk aan hemzelf, namelijk zijn te kleine gereedschap en zijn tegenvallende seksuele prestatie.

Nathanson (1992) heeft de manier waarop mensen zich verzetten tegen schaamte uitgewerkt in wat hij de schaamtewindroos (‘Compass of Shame’) noemt. Zijn model heeft voldoende empirische ondersteuning (Elison, Pulos & Lennon, 2006) en vormt de basis voor een aantal vragenlijsten om geïnternaliseerde schaamte te meten. Volgens Nathanson zetten mensen zich af tegen schaamte door een van de vier defensieve afweermechanismen in te zetten: zich terugtrekken, de ander aanvallen, zichzelf aanvallen of vermijden.

Een individu kiest bij het zich verzetten tegen schaamte dus uit een van de twee ‘assen’: aanvallen of wegrennen (fight or flight). Bij het aanvallen heb je een object nodig: je valt óf de ander aan óf jezelf. De andere as heeft meer te maken met tijd: zich verwijderen is iets wat onmiddellijk in effect treedt. Vanaf het moment dat je (daadwerkelijk of innerlijk) wegloopt, bestaat die situatie als het ware niet meer, je bent dan als een struisvogel die zijn of haar kop in het zand steekt. Vermijden kost wat meer tijd. Het slechte gevoel lost niet snel op, het kost tijd voordat de vermijdingstactiek effect sorteert. De manier waarop mensen zich verzetten, kan worden weergegeven in de twee uitersten van elke as, oftewel de vier windrichtingen.

Hoe iemand bij seksualiteitsproblemen omgaat met schaamte, verschilt dus per individu. Vaak wordt er op de partner afgereageerd (de ander aanvallen), zelfs wanneer noch voor de persoon zelf, noch voor de partner duidelijk is waarover de persoon zich schaamt. Middelengebruik is een andere vaak ingezette strategie (het vermijden van het slechte gevoel). Mensen die zichzelf aanvallen, raken vaak uit moedeloosheid depressief en degenen die weglopen, zorgen ervoor dat ze niet eens in de situatie terechtkomen waarin zij met hun slechte gevoel worden geconfronteerd, bijvoorbeeld door zich geheel te onthouden. Het herkennen van hoe mensen met schaamte omgaan, kan de seksualiteitscounsellor inzicht geven in wat er aan de hand is.

Een belangrijk aspect van het werk van de seksualiteitscounsellor is daarom adequaat omgaan met schaamte. Daarmee wordt in eerste instantie bedoeld dat deze gevoelens van de cliënt worden herkend en erkend. Dat erkenningsproces houdt vooral het normaliseren in van wat zij aan het doormaken zijn: het is domweg niet gemakkelijk om bij een volslagen vreemde je hart uit te storten over zeer intieme details. Om je in te leven: denk eens na hoe jij je zou voelen als je aan de buurvrouw moet gaan uitleggen hoe je precies masturbeert om te zorgen dat je het maximum uit je orgasme kunt halen.

Uit: Hulpverlening bij intimiteits- en seksualiteitsproblemen