Verbinding, seks en het knuffelhormoon

Een van de basis psychische behoeften van de mens is de behoefte aan verbinding – en daar speelt oxytocine (het knuffelhormoon) een belangrijke rol in. Wanneer mensen elkaar benaderen door middel van oogcontact of aanraking, komt oxytocine vrij. Het wordt tijdens sociale interactie en seksuele activiteit vrij gemaakt uit de hypothalamus en wordt vervolgens opgevangen in het emotionele centrum van de hersenen, het limbisch systeem.

Oxytocine is zowel een neurotransmitter (een signaalstof in het zenuwstelsel) als een hormoon. Het blijkt een belangrijke rol te spelen op sociaal, relationeel en seksueel vlak. Het koppelt plezierige gevoelens aan een verbinding maken met iemand anders. Farmacoloog Henry Dale heeft deze signaalstof in het jaar 1909 ontdekt, pas de laatste decennia wordt steeds duidelijker hoe belangrijk dit hormoon is. Pas in de jaren zeventig werd bekend dat oxytocine ook een neurotransmitter is. Uit onderzoek blijkt dat dit stofje ook een gevoel geeft van verzadiging bij het eten (Sabatier, Leng & Menzies, 2013) en belangrijk is voor een gezonde hersenontwikkeling van baby’s.

Een hoog oxytocinegehalte wordt geassocieerd met een gevoel van vertrouwen en verbondenheid, al kan onderzoek dat nog niet echt ondersteunen (Nave, Camerer & McCullough, 2015). Oxytocine kan gezien worden als een stresshormoon: het wordt overvloedig afgegeven als onderdeel van de stressrespons en heeft een beschermende functie voor het hart. Het zorgt er namelijk voor dat hartcellen herstellen wanneer de stressreactie voorbij is. Bij hogere niveaus van oxytocine ontstaat een hogere weerbaarheid tegen stress en verslaving en komt het lichaam sneller tot rust (Tops, Koole, IJzerman & Buisman-Pijlman, 2014). Angst wordt makkelijker onderdrukt. Seksuele opwinding verhoogt de oxytocinespiegel enigszins. Wanneer een vrouw een orgasme krijgt, komt er een grote hoeveelheid oxytocine vrij.

Uit: Hulpverlening bij intimiteits- en seksualiteitsproblemen